Categories
geschiedenis wetenschap

Het Salomonsoordeel over het been van de walvis

Aan het eind van de 18e eeuw werd onderstaand bot gevonden in de kelder van een wijnhandelaar aan de Rue Dauphine in Parijs. Toevallig was men op dat moment erg gecharmeerd van alles wat met fossielen te maken had en men vermoedde dat het bot hoorde bij een nieuwe soort prehistorische walvis.

Men beweert dat je de sporen van de zaag nog kan zien zitten,
Men beweert dat je de sporen van de zaag nog kan zien zitten,

Ogenblikkelijk na de ontdekking brak er dan ook een heftige strijd los tussen George Cuvier, de beroemdste paleontoloog van het moment, en Martinus van Marum, de directeur van het Teylers museum in Haarlem, over wie het bot kon kopen. Na een heftige biedingsstrijd werd besloten het bot dan maar in tweeën te zagen en zo de ene helft voor Parijs te bewaren en de andere helft naar Haarlem te transporteren. Juist op het moment dat de gearriveerde timmerman zijn zaag in het bot wilde zetten, kon Cuvier het niet meer aanzien en zag af van zijn deel zodat het bot in zijn geheel bewaard zou worden.

Tevreden keerde Van Marum terug naar Haarlem met het bot, dat uiteraard een speciale plek verwierf in de expositie.

Zoals je aan bovenstaande foto ziet wordt het bot nog steeds tentoongesteld, maar inmiddels onder een tafel met andere fossielen in het Teylers Museum. De reden dat het bot een beetje is weggemoffeld, is dat men er later achter kwam dat het helemaal geen fossiel was, maar dat op de Rue Dauphine op het adres van de wijnhandelaar eerst een baleinenfabriek had gezeten. Het bot was onderdeel van een walvis, die gestrand was in Normandië en vervoerd was naar Parijs om verder verwerkt te worden. De botten waren kennelijk gewoon in de kelder achter gelaten.