Categories
Geschiedenis Wetenschap

Hoe de vader van de vis-kunde aan zijn eind kwam…

Carolus Linnaeus was een Zweedse botanist en zoöloog, afkomstig uit de ballenbak van Ikea (Småland). Hij is de grondlegger van het systeem voor de wetenschappelijke naamgeving van soorten. Zijn studie geneeskunde deed hij aan de universiteit van Uppsala, waar hij zijn goede vriend Peter Artedi leerde kennen. Artedi studeerde al 4 jaar langer aan de universiteit, hoewel hij nog nooit college had gevolgd. Dat kwam omdat hij de enige student scheikunde was en er maar twee hoogleraren waren die hem iets op dat gebied konden bijbrengen. Die hadden het helaas te druk, niet per se met lesgeven, want een van hen gaf gewoon sowieso nooit college.

Vanaf de kennismaking bleek dat beiden het buitengewoon goed met elkaar konden vinden en de basis was gelegd voor een levenslange vriendschap, hoewel dat in het geval van Artedi niet zo heel lang was…

Linnaeus vertrok na zijn studie naar Lapland op een wetenschappelijke expeditie, maar besloot bij terugkomst te promoveren. Het goedkoopst was dat in Harderwijk, waar toen nog een universiteit was gevestigd met een bedenkelijke reputatie. Van iemand met een slechte wetenschappelijke naam, werd dan ook wel gezegd dat hij van de universiteit van Harderwijk kwam. Dat hield Linnaeus echter niet tegen, want hij had zijn proefschrift in Zweden al geschreven en kon bij aankomst in Harderwijk binnen 6 dagen promoveren.

Alhoewel Linnaeus dus doctor in de geneeskunde was, was zijn grootste prestatie het invoeren van een nieuw classificeringssysteem voor dieren en planten, dat ook nu nog gebruikt wordt en waar het hele gebied van taxonomie op gebaseerd is. Al in zijn eigen tijd werd hij er beroemd door en wellicht dat hij het daardoor hoog in z’n bol kreeg. Zijn vrije tijd besteedde hij namelijk voornamelijk aan schrijfsels over zijn eigen grootsheid, waarbij hij onder andere beweerde dat er nooit een groter botanicus was geweest en dat zijn systeem de grootste wetenschappelijke prestatie ooit was. Hij had ook alvast een eigen grafschrift verzonnen: princeps botanicorum, de prins der botanici. Mensen die het niet met hem eens waren kregen vaak een eigen onkruid of bijvoorbeeld een pad naar zich genoemd.

De Engelstalige wereld was in eerste instantie erg in zijn nopjes met het nieuwe systeem van Linnaeus omdat allerlei vulgaire namen voor planten zoals bum-towel, mare’s fart en open arse nu gewoon nette Latijnse namen kregen. Helaas bleek Linnaeus nogal geobsedeerd door voortplantingsorganen, zodat er hopen planten met namen als fornicata, vulva of clitoria opgescheept zaten en het met de netheid nogal tegenviel.

Artedi was intussen via een omzwerving in Engeland ook terecht gekomen in Nederland en was inmiddels een vooraanstaand visexpert geworden. In de 18e eeuw was het overigens nog heel gewoon om verschillende studiegebieden te combineren en er waren genoeg advocaten te vinden, die bijbeunden als geoloog, of artsen die chemicus werden.

In Leiden ontmoetten de 2 vrienden elkaar toevallig weer en stelde Linnaeus Artedi voor aan Albertus Seba, een apotheker, die ook een collectie bijzondere planten en dieren verzamelde. Seba was schatrijk omdat hij zijn eerste collectie had verkocht aan Peter de Grote, maar hij had inmiddels een nog grotere collectie bij elkaar gebracht. Omdat zijn apotheek aan de Haarlemmerdijk in Amsterdam zat, op loopafstand van de haven, was hij vaak als eerste bij schepen die binnenkwamen en kon zo de mooiste exotische zaken bemachtigen.

Seba stelde voor dat Artedi hem zou helpen bij het opstellen van een geïllustreerde thesaurus van zijn verzameling en dan specifiek het gedeelte over vissen. De thesaurus werd uiteindelijk uitgegeven in delen over tientallen jaren tussen 1734 en 1765 en is zelfs 10 jaar terug heruitgegeven door Taschen vanwege de prachtige 18e eeuwse illustraties.

Vissen

Linnaeus zal er later allicht spijt van hebben gehad dat hij zijn vriend introduceerde bij Seba, want niet zo heel lang hierna had Artedi een etentje bij Seba, waarbij kennelijk grote hoeveelheden drank werden genuttigd. In het nog niet verlichte Amsterdam probeerde Artedi ‘s nachts de weg terug te vinden, maar viel hij prompt in de gracht, waar zijn lichaam de volgende dag werd gevonden. Een toepasselijker einde dan te sterven in het water is er uiteraard niet voor de vader van de vis-kunde.

Categories
Geschiedenis Wetenschap

Het Salomonsoordeel over het been van de walvis

Aan het eind van de 18e eeuw werd onderstaand bot gevonden in de kelder van een wijnhandelaar aan de Rue Dauphine in Parijs. Toevallig was men op dat moment erg gecharmeerd van alles wat met fossielen te maken had en men vermoedde dat het bot hoorde bij een nieuwe soort prehistorische walvis.

Men beweert dat je de sporen van de zaag nog kan zien zitten,
Men beweert dat je de sporen van de zaag nog kan zien zitten,

Ogenblikkelijk na de ontdekking brak er dan ook een heftige strijd los tussen George Cuvier, de beroemdste paleontoloog van het moment, en Martinus van Marum, de directeur van het Teylers museum in Haarlem, over wie het bot kon kopen. Na een heftige biedingsstrijd werd besloten het bot dan maar in tweeën te zagen en zo de ene helft voor Parijs te bewaren en de andere helft naar Haarlem te transporteren. Juist op het moment dat de gearriveerde timmerman zijn zaag in het bot wilde zetten, kon Cuvier het niet meer aanzien en zag af van zijn deel zodat het bot in zijn geheel bewaard zou worden.

Tevreden keerde Van Marum terug naar Haarlem met het bot, dat uiteraard een speciale plek verwierf in de expositie.

Zoals je aan bovenstaande foto ziet wordt het bot nog steeds tentoongesteld, maar inmiddels onder een tafel met andere fossielen in het Teylers Museum. De reden dat het bot een beetje is weggemoffeld, is dat men er later achter kwam dat het helemaal geen fossiel was, maar dat op de Rue Dauphine op het adres van de wijnhandelaar eerst een baleinenfabriek had gezeten. Het bot was onderdeel van een walvis, die gestrand was in Normandië en vervoerd was naar Parijs om verder verwerkt te worden. De botten waren kennelijk gewoon in de kelder achter gelaten.

Categories
Geschiedenis Ploerten

Het Oera Linda-boek

In 1867 kwam Cornelis over de Linden naar buiten met een manuscript opgesteld in een tot dan toe onbekend runenschrift. Het zou al eeuwen in zijn familie zijn. In Oud-Fries vertelde het over de geschiedenis van de familie Over de Linden (Oera Linda) en de Friezen.

Cornelis zelf beweerde het niet te kunnen lezen en stuurde een aantal pagina’s naar Eelco Verwijs, provinciaal archivaris en bibliothecaris van Friesland. Die toonde in eerste instantie belangstelling, maar begon, na zich er meer in verdiept in te hebben, aan de echtheid te twijfelen. Cornelis wist echter iemand anders te vinden die wel geloofde in de echtheid van het manuscript. Jan Gerhardus Ottema was een prominent lid van het Fries Genootschap (voluit heette het toentertijd Provinciaal Friesch Genootschap ter Beoefening van Friesche Geschied-, Oudheid- en Taalkunde) en had een, wellicht iets te, romantisch beeld van de Friese geschiedenis. In 1872 gaf hij de tekst inclusief een vertaling uit. Hij was ook degene die er de naam Oera Linda aan gaf.

Het boek beschreef niet alleen de geschiedenis van de familie Over de Linden, maar ook van het Friese volk. Het ging zo’n 4000 jaar terug in de geschiedenis. Volgens de tekst kwam het manuscript uit het jaar 1256 en zou het vele malen zijn overgeschreven en van vader op zoon doorgegeven zijn. De godin Frya en haar priesteressen hebben een grote rol, maar ook een oppergod Wralda (Oeralda/Overoude) en zelfs Atlantis worden er bijgesleept. Het manuscript weet te verklaren dat de Griekse en Latijnse schriften van de Friese runen afstammen, dat de Friezen Athene gesticht hebben en meteen daar de democratie hebben geïntroduceerd en dat een groep Friezen in India het Boeddhisme zou hebben gebracht, voor ze door Alexander de Grote weer terug naar Noord-Europa gejaagd zouden worden.

Die Friezen waren dus best een groots volk. Wat is er dan gebeurd dat ze uiteindelijk alleen aan de Waddenzee overbleven? We gaan weer even terug naar het begin. Het opperwezen Wralda schiep de drie oermoeders van de drie belangrijkste rassen, Lyda, Finda en Frya. In Afrika zaten de kinderen van Lyda, die hadden geen verstand en geen moraal. In Azië en in Aldland (Atlantis) leefden Finda’s kinderen, die bezaten wel verstand, maar geen moraal. Frya’s kinderen, de Friezen, bewoonden Europa en hadden, natuurlijk, zowel een goed verstand als een hoge moraal. Maar goed, toen kwam de zondvloed en begon de ellende. Alle volken raakten op drift, en iedereen keerde zich natuurlijk tegen de Friezen. Door list en bedrog en kruisbestuivingen wisten de andere volken steeds meer gebied van de Friezen af te pakken tot alleen een stukje aan de kust overbleef.

In eerste instantie sloeg deze mooie geschiedenis natuurlijk wel aan. Wie wil niet horen dat zijn voorouders de halve wereld bezaten en de meeste nobele mensen van de wereld zijn? Helaas werd steeds duidelijker dat aan de echtheid van het manuscript behoorlijk getwijfeld kon worden. Het papier bleek machinaal vervaardigd en waarschijnlijk rond 1850 uit een machine in Maastricht gerold te zijn. Taalkundig bleek het ook allemaal wat minder te kloppen. Voor een vervalsing zat het Oud-Fries goed in elkaar, maar echte taalkundigen konden toch vrij snel allerlei inconsistenties in de tekst vinden, die een duidelijk modernere afkomst aangaven.

Duidelijk te zien dat al onze getallen van Friese runen afgeleid zijn.
Duidelijk te zien dat al onze getallen van Friese runen afgeleid zijn.

Rond 1879 was vrijwel iedereen er wel van overtuigd dat het een vervalsing was, hoewel Ottema in de echtheid bleef geloven. Wat nooit duidelijk geworden is, is wie verantwoordelijk is voor de vervalsing en wat de reden er achter was. Cornelis over de Linden, Eelco Verwijs en zelfs François Haverschmidt (beter bekend als de dichter Piet Paaltjens) worden als kandidaten genoemd. Een van de meest plausibele redenen zou zijn om de draak te steken met zowel orthodoxe christenen als nationalistische Friezen, door een Friese bijbel te schrijven.

Het verhaal is echter nog niet afgelopen. Hoewel dus niet lang na het uitbrengen van het geschrift eigenlijk iedereen er van overtuigd was dat het een hoax was, bleven er mensen in geloven. Zo publiceerde Herman Wirth, een Nederlands-Duitse taalkundige, het in 1933 in Duitsland, waar het een ware hype werd. Hij zag het boek als een Bijbel voor de Germanen. Een van de aanhangers van deze ideeën was de nazi Heinrich Himmler. Ook in Duitsland werd door prominente taalkundigen en germanisten snel duidelijk gemaakt dat het een vervalsing was. Toch wist Wirth zich nog lang als nazi-wetenschapper te profileren: onder andere met Himmler richtte hij Ahnenerbe op, een onderzoeksinstituut met als taak het vinden van wetenschappelijke bewijs voor de herkomst en superioriteit van het Arische ras. Ahnenerbe zou later steeds meer pseudowetenschappelijke en occulte zaken onderzoeken, iets waar conspiracy theorists over de hele wereld nog steeds zeer mee in hun nopjes zijn.

Categories
Geschiedenis Wetenschap

Pech bij de Venusovergang

Een Venusovergang vindt plaats als, vanaf de aarde gezien, Venus voor de zon langs gaat. Net als een zonsverduistering is dit een zeldzaam fenomeen. Het gebeurt 2 keer binnen 8 jaar en daarna moet er meer dan een eeuw gewacht worden. Het kan gebruikt worden om de afstand van de aarde tot de zon uit te rekenen. In de 18e eeuw kwam het 2 keer voor, waarbij de eerste keer een enorme hoeveelheid expedities werden georganiseerd om het fenomeen te observeren vanaf verschillende plaatsen op aarde, zodat de exacte afstand van de aarde tot de zon kon worden berekend.

Ook Nederland stuurde een expeditie, zoals uit deze kist blijkt.
Ook Nederland stuurde een expeditie, zoals uit deze kist blijkt. (foto: Raoul Revers)

Een van de expedities werd geleid door een fransman, Guillaume Le Gentil, die in India de Venusovergang zou observeren. Helaas kwam hij precies een dag te laat aan: hij was nog op zee toen het zich voordeed. Vervolgens heeft hij 8 jaar in India gewacht op de volgende, terwijl hij een observatorium bouwde om alles haarfijn te kunnen observeren. Jammer genoeg besloot een wolk precies op het moment van de overgang voor de zon te verschijnen en daar gedurende de 3 en een half uur die de overgang duurde te bivakkeren.

Gedesillusioneerd vertrok Guillaume terug naar Frankrijk. Onderweg kwam hij bijna om in een orkaan voor de kust voor Afrika. Deze orkaan leverde hem wel aardig wat vertraging op. Na 11 jaar was hij eindelijk weer terug in Frankrijk, waar hij werd verwelkomd met het nieuws dat zijn familie hem had doodverklaard, waardoor ze er vandoor konden met al z’n bezittingen. Denk daar maar eens aan wanneer je de volgende keer een tram mist en denkt dat je pech hebt…