Categories
Biologie

De degenkrab

De degenkrab is in tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden geen krab. Dit levende fossiel is nauwer verwant aan de spinnen en schorpioenachtigen. Qua vorm is de degenkrab de afgelopen 300 miljoen jaar nauwelijks geëvolueerd, wat wel aangeeft dat het basisontwerp van deze dieren zeer goed in elkaar zit. Een stuk beter dan het ontwerp van de panda bijvoorbeeld.

Wat de degenkrab extra interessant maakt, is niet hun vermogen om op z’n kop te zwemmen, noch het feit dat ze de grootste lichtgevoelige cellen hebben van het gehele dierenrijk, zonder dat ze daar nou erg goed mee kunnen zien.

Op z'n kop zwemmen is wat lastig op het land...
Op z’n kop zwemmen is wat lastig op het land…

Degenkrabben hebben echter blauw bloed doordat hun bloed geen hemoglobine bevat, maar hemocyanine. Doordat het ijzerion is vervangen door een koperion krijgt het deze kleur. Naast de kleur van het bloed heeft het nog een aparte eigenschap en dat is dat de degenkrab een immuunsysteem heeft dat heel anders werkt dan dat van de meeste dieren. Het bloed bevat namelijk een stof die reageert op bacteriën en daarbij een bloedprop vormt, die gelijk een wond kan afsluiten.

Allemaal leuk en aardig voor de degenkrab, maar nog veel  handiger voor de mens. In de jaren 60 werd namelijk een test ontwikkeld waarbij bacteriën simpel konden worden aangetoond met het bloed van de degenkrab. Sindsdien wordt dit bloed op grote schaal gebruikt bij tests om te kijken of medicijnen of apparatuur niet vervuild zijn met bacteriën.

Een liter bloed van de degenkrab doet dan ook zo’n 15 duizend dollar op de wereldmarkt. Normaal gesproken zou de degenkrab dus een paar jaar na de ontwikkeling van deze test uitgestorven zijn na 300 miljoen jaar, maar doordat iemand het lumineuze idee kreeg om bloed af te tappen zonder ze dood te maken worden er nu jaarlijks 200.000 exemplaren gevangen en na een onvrijwillige bloedafname weer vrijgelaten.

Ze worden trouwens ook gebruikt als aas om paling te vangen. Waarschijnlijk omdat dat beter werkte dan diamanten of kilo’s saffraan.

Categories
Geschiedenis Ploerten Religie Wetenschap

Cotton Mather en de Salemse heksenjacht

Heksenjachten zijn een fenomeen dat vooral in de vroegmoderne tijd een grote vlucht nam. In tegenstelling tot wat je zou denken is niet de katholieke kerk met zijn inquisitie hier debet aan, maar zijn het vooral de protestanten die de grootste jachten hielden en de meest redeloze. Wat niet wil zeggen dat er hier en daar uiteraard ook wat heksen door de katholieken op de brandstapel werden gegooid (Jeanne d’Arc is een goed voorbeeld). De katholieken gebruikten hekserij wel als instrument om ketterij aan te pakken of politieke tegenstanders, maar niet op zo’n grote schaal als de protestanten.

Een van de bekendste heksenjachten vond plaats in stadje Salem in New England, een puriteins bolwerk. In Salem was de sfeer sowieso al niet zo relaxed, omdat 2 families een vete hadden waar de hele rest van de gemeenschap ook bij betrokken was. Regelmatig kwam het dan ook tot klappen over en weer. Daarnaast was ongeveer elk vermaak onder de puriteinen verboden. Dansen, feesten, kerst vieren, muziek maken. Het was allemaal duivels vermaak  wat terug te leiden viel tot heidense rituelen.

Het begin van de jacht in Salem

Toen in de winter van 1692 enkele kinderen aanvallen kregen van iets dat niet natuurlijk leek en erger was dan epilepsie konden dokters geen fysieke oorzaak vinden. De kinderen gooiden met spullen, maakten vreemde geluiden en klaagden dat ze geprikt werden door naalden. Tegenwoordig kom je dat in de supermarkt ook nog wel eens tegen, maar dan wijt je dat aan een anti-autoritaire opvoeding. Nadat er echter steeds meer jonge vrouwen hetzelfde gedrag begonnen te vertonen opperde een dominee dat het weleens het werk van de duivel kon zijn.

De kinderen wezen ogenblikkelijk een paar personen aan die niet zo geliefd waren binnen de gemeenschap als boosdoeners. Een bedelaar, een vrouw die niet vaak genoeg (als in minstens 8 uur per week) naar de kerk ging en een slaaf van een ander ras. Deze werden ogenblikkelijk opgepakt.

Hier stopte het echter niet bij. de kinderen begonnen meer mensen te beschuldigen, waaronder mensen met een goede reputatie die vaak in de kerk te vinden waren. De conclusie die hieruit volgde was dat kennelijk iedereen een heks kon zijn en een golf van arrestaties volgde. Ook omdat de opgepakten weer nieuwe namen noemden.

Het proces

Uiteindelijk leidde dit tot een proces tegen tientallen vermeende heksen waarbij het belangrijkste bewijs de zogenaamde geestverschijningen waren. De kinderen beweerden namelijk dat ze geprikt werden met naalden door geestverschijningen van de mensen die ze beschuldigden. Dit kwam goed uit want een alibi telde op deze manier niet meer. Immers jij was misschien wel op je boerderij aan het werk, maar stiekem had je je geestverschijning het duivelse werk op laten knappen.

Dit was het moment waarop Cotton Mather op het toneel verscheen. Deze puriteinse dominee hielp om de heksen definitief te veroordelen. Er was namelijk een discussie over de vraag of de duivel iemands geestverschijning kon gebruiken zonder toestemming van diegene. Als dat het geval zou zijn dan hadden de beklaagden immers niet bewust de kinderen kwaad gedaan. Cotton echter overtuigde de rechtbank van de stelling dat de duivel niet iemands geestverschijning kon gebruiken zonder toestemming. Hiermee was iedereen wiens geestverschijning gezien was per definitie schuldig.

Een meerpersoonsgalg is wel zo efficiënt.
Een meerpersoonsgalg is wel zo efficiënt.

Dankzij Cotton werden flink wat heksen veroordeeld en geëxecuteerd. In de jaren na de processen kregen echter steeds meer mensen het idee dat de veroordelingen niet klopten, tot zo’n 20 jaar na de veroordelingen het algemene oordeel, zelfs van de getuigen en aanklagers, was dat de heksen onterecht waren veroordeeld. Een aantal veroordelingen werd toen ook ongedaan gemaakt (niet dat de opgehangen heksen daar nog iets aan hadden, maar soit).

De enige die altijd heeft volgehouden dat hij een goede rol speelde in het hele proces was Cotton Mather, wat des te vreemder is als je bedenkt dat hij behalve dominee ook wetenschapper was en als eerste een vorm van inenting tegen pokken in Boston introduceerde. Hiermee redde hij tientallen levens. Wat hij dus in Salem net zo makkelijk weer te niet deed.

Categories
Ploerten Wetenschap

Ploert van de dag: Thomas Midgley jr. de grootste vervuiler ooit

Thomas Midgley begon zijn carrière als gerespecteerd scheikundige aan de Cornell Universiteit, maar ging in 1916 aan de slag bij General Motors om onderzoek te doen op het gebied van motoren.

Al snel kwam hij op het spoor van een stof, die motoren beter liet draaien en waardoor ze minder last hadden van kloppen of pingelen. Tetra-ethyllood bestaat, zoals de naam al aangeeft, gedeeltelijk uit lood, dat bij verbranding vrijkomt. Omdat toen ook al bekend was dat lood giftig was, kreeg de stof de merknaam Ethyl en werd het looddeel tactisch verzwegen. Midgley was echter goed op de hoogte van het gevaar, want in 1923 nam hij een lange vakantie om te genezen van een lichte loodvergiftiging.

Verantwoordelijk voor algehele achteruitgang intelligentie...
Verantwoordelijk voor algehele achteruitgang intelligentie…(foto copyright Plazak)

Samen met de chemiereus Dupont en de voorloper van ExxonMobil startte General Motors een speciaal bedrijf dat zich richtte op de productie van Ethyl, waarbij Midgley onderdirecteur werd. Ondanks een aantal doden in de fabriek door loodvergiftiging, beweerde Midgley dat ethyl totaal ongevaarlijk was. In 1924 ging hij zelfs zover dat hij tijdens een persconferentie ethyl over z’n handen liet stromen en het een minuut lang inhaleerde. Hij beweerde dat hij dat elke dag kon doen zonder nadelige effecten. In werkelijkheid had hij ruim een jaar lang last van vergiftigingsverschijnselen door z’n stunt.

Het gat in de ozonlaag

Midgley bleek organisatorisch niet zo’n heel groot talent te zijn en werd overgeplaatst naar een functie binnen General Motors waar hij weer meer onderzoek kon doen. Binnen de kortste keren had hij samen met een team een stof uitgevonden die gebruikt kon worden in koelingen in ijskasten, een gebied waar General Motors zich in de jaren 30 nog mee bezig hield. De zogenaamde cfk’s die hij uitvond, zijn verantwoordelijk voor een groot deel van het gat in de ozonlaag. Pas in de jaren 70 kwam men hier achter en werden ze verboden, maar toen was er al een behoorlijk groot gat ontstaan. Niet zo vreemd ook, als je bedenkt dat elke molecuul cfk gemiddeld zo’n 100.000 moleculen ozon vernietigt.

In de jaren 70 begon men ook in te zien dat loodtoevoegingen aan brandstof niet zo heel handig waren. Het gemiddelde loodgehalte in het bloed van mensen in de verenigde staten was toen zo’n 16 microgram per liter. Dat klinkt als heel weinig, maar bij meer dan 10 microgram per liter spreekt men al van verhoogde waarden. Omdat een teveel aan lood leidt tot asociaal gedrag en een verlaging van de intelligentie heeft men wel eens geschat dat de invoering van ethyl wereldwijd een daling van minstens 4 IQ-punten heeft veroorzaakt en verantwoordelijk is voor tientallen miljoenen misdaden, die niet waren gepleegd zonder de verhoogde loodconcentraties.

Midgley kampte intussen vanaf 1940 met een vorm van Polio en kreeg steeds meer moeite met bewegen. In 1944 deed hij z’n laatste dodelijke uitvinding: een systeem met katrollen en touwen dat zijn verzorgers moest helpen hem uit bed te takelen. Gelukkig voor de rest van de wereld was deze keer het enige dodelijke slachtoffer Midgley zelf, die vast kwam te zitten in zijn katrollenstelsel en zo zichzelf verstikte.

Categories
Voedsel Wetenschap

William Buckland de alleseter

William Buckland was een geoloog, theoloog en paleontoloog, gespecialiseerd op het gebied van fossiele uitwerpselen. Buckland was de eerste die een wetenschappelijke beschrijving van een dinosaurus produceerde. Omdat hij wist dat een andere wetenschapper ook bezig was met fossiele botten gaf hij hem het advies om heel grondig te werk te gaan, vooral niet te haasten en alles goed te controleren. Dit gaf William de tijd om snel zelf een omschrijving te maken en zo als beschrijver van de Megalosaurus de boeken in te gaan, zijn (naar nu bleek) concurrent vertwijfeld achter latend.

Megalosaurus kaak
Veel meer dan dit stuk kaak had Buckland niet nodig om een mooie naam voor het beest te verzinnen.

Ouderdom van de aarde verklaard

Omdat hij theoloog was, maar ook geoloog, bedacht hij een theorie die verklaarde waarom de aarde miljoenen jaren oud leek, maar de bijbel het had over zo’n 6000 jaar. De truc was om het woord beginne te interpreteren als een enorm lange periode. Zo gezien was er een enorme periode waarin allerlei dieren en planten telkens uitstierven door rampen om vervolgens te worden vervangen door een nieuwe set planten en dieren. Dit verklaarde vervolgens de fossielen en aardlagen, die gevonden werden en enorm oud waren zonder in tegenspraak met de bijbel te zijn.

Behalve dat hij bekend was om zijn wetenschappelijke prestaties hield William er wat curieuze gewoontes op na. Zo had hij de gewoonte om geologisch veldwerk  te doen in vol academisch ornaat. Wandelaars kwamen dus in heuvelachtig gebied regelmatig een kerel tegen in toga, die bezig was in stenen te hakken.

Alleen de mol is niet eetbaar

Daarnaast hield hij in zijn huis een halve dierentuin aan wilde beesten, met als enige doel ze allemaal op te eten. Bezoekers aan zijn huis kregen dan ook regelmatig gerechten opgediend zoals gebakken panter of gekookte zeeslak. Als doel had Buckland zich gesteld om elk levend wezen geproefd te hebben. Toen hem eens gevraagd werd of dat nou smaakte beweerde hij dat elk dier z’n eigen aantrekkingskracht had, behalve de mol, die was namelijk ronduit smerig.

Zijn grote eetlust leidde ook tot een van de merkwaardigste gebeurtenissen rond een Franse koning. Tijdens de Franse revolutie werd namelijk het gebalsemde hart van Lodewijk de 14e geëvacueerd uit de kerk waar het lag en richting Engeland verscheept. Toen Buckland enige decennia later te gast was bij een etentje in Nuneham, waar het hart bewaard werd, ging het hart in een zilveren schaal de tafel rond. Zodra het bij Buckland kwam riep hij uit: “Ik heb veel vreemde dingen gegeten, maar nog nooit het hart van een koning!” waarna hij ogenblikkelijk zijn tanden erin zette en het verschrompelde hart opat. Ongetwijfeld tot afschuw van zijn tafelgenoten.