Tag Archives: uitsterven

Over nazi’s en avocado’s…

Gisteren zou Rudolf Höss 113 jaar geworden zijn. Tenminste als hij niet besloten had 3 jaar lang opperbeul in Auschwitz te worden. Dat kostte hem na de oorlog zijn leven, toen hij werd veroordeeld tot de strop door het Neurenberger tribunaal. Gelukkig heeft hij heel wat semi naamgenoten met wat minder beruchte reputaties.

We hebben het hier al eerder over zijn bijna naamgenoten Rudolf Hess en Walter Rudolf Hess gehad, die respectievelijk plaatsvervanger van Hitler en Nobelprijswinnaar waren. Vandaag kunnen we aan dit verwarrende rijtje Rudolph Hass toevoegen, de ‘uitvinder’ van de Hass avocado. Je weet wel, zo’n gerimpeld geval wat tegen de verwachting in altijd precies rijp is op het moment dat je ‘m in de winkel koopt.

Rudolph Hass was postbode totdat hij een plaatje zag van een avocadoboom die dollars als fruit gaf. Dat inspireerde hem tot de aankoop van een kleine avocadoboomgaard. Nadat hij van een vriend wat zaden had gekocht en opgekweekt probeerde hij de kleine plantjes te enten op z’n bestaande bomen. Bij een van z’n bomen lukte dit tot twee keer toe niet. Hij stond dan ook op het punt om de boom dan maar helemaal om te hakken, want de variëteit avocado die de boom gaf bracht weinig op. Zijn vriend haalde hem over om het nog een keer te proberen en prompt bleek de boom een nieuwe soort avocado te produceren die lekkerder was en veel meer op bracht dan de traditionele avocado’s. De Hass avocado was geboren.

Ehm tsjaa, dit is dus een baby avocado...
Ehm tsjaa, dit is dus een baby avocado…foto: Bff

Rudolph Hass nam een patent op z’n nieuwe vrucht in de hoop rijk te worden, maar omdat iedereen stiekem z’n avocado entte op hun eigen bomen had Rudolph er na 17 jaar, toen z’n patent verliep, maar 5000 dollar aan verdiend. Het jaar er op overleed hij, z’n weduwe met slechts z’n postbode pensioen achterlatend. Inmiddels bestaat 80% van de wereld avocado productie uit de Hass avocado. De geschatte waarde daarvan ligt rond de 1 miljard dollar.

De avocado is overigens de panda van het plantenrijk. Als de mens ‘m niet was gaan kweken dan was ie inmiddels waarschijnlijk kassiewijle geweest. De avocado in z’n natuurlijk vorm is namelijk voornamelijk pit, met een klein beetje vruchtvlees. Dat komt omdat hij aangepast is aan de megafauna die zo’n 12.000 jaar geleden uitstierf. Voor deze reuze luiaards en mammoeten was een avocado een kleine snack die je in een keer naar binnen werkt en doorslikt. Hierdoor werden de pitten makkelijk verspreid. Voordat de mens de avocado begon te veredelen stond de boom dan ook op de nominatie om spoedig uit te sterven omdat zijn pitten niet goed meer werden verspreid.

Over de naakte molrat en de haai.

De naakte molrat is uniek in het dierenrijk. Niet alleen is het het lelijkste zoogdier, maar het is ook het enige zoogdier wat qua sociaal gedrag op bijen en mieren lijkt. Binnen een molrattenkolonie is er namelijk één koningin die zich voortplant . De rest van de vrouwtjes zijn werkers, die voedsel verzamelen, of soldaten die de kolonie verdedigen tegen onder andere slangen. De meeste mannetjes zijn ook werker of soldaat, maar er zijn een paar dikzakken die als taak hebben de koningin te bevruchten.

Behalve dat de naakte molrat in kolonies leeft, is het ook het enige zoogdier dat, alhoewel het warmbloedig is, toch zijn lichaamstemperatuur niet inwendig kan regelen. Dit zorgt ervoor dat hun lichaamstemperatuur varieert van 12 tot 32 graden en ze even afhankelijk van de omgevingstemperatuur zijn als koudbloedigen.

Mooi is anders...
Mooi is anders…

Of dat nog niet genoeg is om zich te onderscheiden voelen molratten geen pijn in hun huid omdat de pijnreceptoren daar niet werken. Zelfs van sterk zuur merken ze niets.

Tot slot zijn ze ook nog eens bijna onsterfelijk. als je tenminste naar de verhouding tussen hun afmeting en hun mogelijke leeftijd kijkt. Ze zijn namelijk ietsje groter dan muizen, maar worden in gevangenschap en in het wild tot wel 30 jaar. In verhouding ongeveer 9 keer zo oud als alle andere knaagdieren.Bovendien zijn ze immuun voor kanker doordat hun cellen speciale suikers afscheiden waardoor hun celdeling niet uit de hand kan lopen.

Ook haaien hebben veel minder last van kanker dan de rest van de dieren. Het is echter een fabeltje dat ze helemaal geen kanker kunnen krijgen. ze zijn er gewoon wat minder vatbaar voor. Dit zou te maken kunnen hebben met hun skelet, dat is opgebouwd uit kraakbeen, waarin veel minder snel een gezwel ontstaat, doordat het de vorming van nieuwe haarvaatjes, die nodig zijn om een gezwel te voeden, blokkeert.  Dit is overigens ook het geval bij konijnekraakbeen of kalfskraakbeen. Het enige verschil is dat konijnen, kalveren en mensen veel minder kraakbeen hebben.

In Amerika heeft een kerel hier handig gebruik van gemaakt door een handeltje op te zetten in haaien-kraakbeenpillen. Hiervoor worden per maand alleen al in Amerikaanse wateren 200.000 haaien gevangen en vermalen tot kraakbeenpil. Verschillende studies hebben bewezen dat het precies niets uitmaakt of je kraakbeenpillen slikt of niet. Dat is ook logisch want je maagzuur breekt de eventueel werkzame stof af.

Helaas voor de haaien gelooft de halve wereld nog steeds dat de haaienkraakbeen pil je van allerlei kwalen kan genezen. Enige tijd terug was er zelfs een klein schandaal toen bleek dat de pillen van de Hema en Etos eigenlijk helemaal geen haaienkraakbeen bevatten en iedereen moord en brand schreeuwde. Behalve uiteraard de haaien want die kregen nog een paar jaar extra uitstel van uitsterving. Ach ja hadden ze maar blauw bloed moeten hebben…

Mammoet over de houdbaarheidsdatum

Russische wetenschappers hebben onlangs een mammoetkarkas gevonden dat zo goed bewaard was dat er vloeibaar bloed en spieren aan zaten. Het karkas is van een mammoet, die 10.000 jaar geleden overleed en sindsdien bewaard is gebleven in de permafrost. Volgens de ontdekkers is het de mooiste vondst van een mammoet in 100 jaar.

De Russen kennende zullen ze het wel weer aan hun sledehonden gevoerd hebben. Net als de vorige keer dat ze zo’n goed geconserveerde mammoet vonden. De reden dat ze het aan de honden voerden, is trouwens dat het in de woorden van zoöloog Alexei Tikonov, die een stukje geprobeerd heeft, “smaakt als vlees dat veel te lang in de vriezer heeft gelegen”.
Alexei heeft naast zijn bul in de zoölogie ook de tweede dan in open deuren intrappen.

Zelfs de sledehonden lustten van deze mammoet geen brood meer. (foto Paul Hermans)
Zelfs de sledehonden lustten van deze mammoet geen brood meer. (foto Paul Hermans)

Hoe de vader van de vis-kunde aan zijn eind kwam…

Carolus Linnaeus was een Zweedse botanist en zoöloog, afkomstig uit de ballenbak van Ikea (Småland). Hij is de grondlegger van het systeem voor de wetenschappelijke naamgeving van soorten. Zijn studie geneeskunde deed hij aan de universiteit van Uppsala, waar hij zijn goede vriend Peter Artedi leerde kennen. Artedi studeerde al 4 jaar langer aan de universiteit, hoewel hij nog nooit college had gevolgd. Dat kwam omdat hij de enige student scheikunde was en er maar twee hoogleraren waren die hem iets op dat gebied konden bijbrengen. Die hadden het helaas te druk, niet per se met lesgeven, want een van hen gaf gewoon sowieso nooit college.

Vanaf de kennismaking bleek dat beiden het buitengewoon goed met elkaar konden vinden en de basis was gelegd voor een levenslange vriendschap, hoewel dat in het geval van Artedi niet zo heel lang was…

Linnaeus vertrok na zijn studie naar Lapland op een wetenschappelijke expeditie, maar besloot bij terugkomst te promoveren. Het goedkoopst was dat in Harderwijk, waar toen nog een universiteit was gevestigd met een bedenkelijke reputatie. Van iemand met een slechte wetenschappelijke naam, werd dan ook wel gezegd dat hij van de universiteit van Harderwijk kwam. Dat hield Linnaeus echter niet tegen, want hij had zijn proefschrift in Zweden al geschreven en kon bij aankomst in Harderwijk binnen 6 dagen promoveren.

Alhoewel Linnaeus dus doctor in de geneeskunde was, was zijn grootste prestatie het invoeren van een nieuw classificeringssysteem voor dieren en planten, dat ook nu nog gebruikt wordt en waar het hele gebied van taxonomie op gebaseerd is. Al in zijn eigen tijd werd hij er beroemd door en wellicht dat hij het daardoor hoog in z’n bol kreeg. Zijn vrije tijd besteedde hij namelijk voornamelijk aan schrijfsels over zijn eigen grootsheid, waarbij hij onder andere beweerde dat er nooit een groter botanicus was geweest en dat zijn systeem de grootste wetenschappelijke prestatie ooit was. Hij had ook alvast een eigen grafschrift verzonnen: princeps botanicorum, de prins der botanici. Mensen die het niet met hem eens waren kregen vaak een eigen onkruid of bijvoorbeeld een pad naar zich genoemd.

De Engelstalige wereld was in eerste instantie erg in zijn nopjes met het nieuwe systeem van Linnaeus omdat allerlei vulgaire namen voor planten zoals bum-towel, mare’s fart en open arse nu gewoon nette Latijnse namen kregen. Helaas bleek Linnaeus nogal geobsedeerd door voortplantingsorganen, zodat er hopen planten met namen als fornicata, vulva of clitoria opgescheept zaten en het met de netheid nogal tegenviel.

Artedi was intussen via een omzwerving in Engeland ook terecht gekomen in Nederland en was inmiddels een vooraanstaand visexpert geworden. In de 18e eeuw was het overigens nog heel gewoon om verschillende studiegebieden te combineren en er waren genoeg advocaten te vinden, die bijbeunden als geoloog, of artsen die chemicus werden.

In Leiden ontmoetten de 2 vrienden elkaar toevallig weer en stelde Linnaeus Artedi voor aan Albertus Seba, een apotheker, die ook een collectie bijzondere planten en dieren verzamelde. Seba was schatrijk omdat hij zijn eerste collectie had verkocht aan Peter de Grote, maar hij had inmiddels een nog grotere collectie bij elkaar gebracht. Omdat zijn apotheek aan de Haarlemmerdijk in Amsterdam zat, op loopafstand van de haven, was hij vaak als eerste bij schepen die binnenkwamen en kon zo de mooiste exotische zaken bemachtigen.

Seba stelde voor dat Artedi hem zou helpen bij het opstellen van een geïllustreerde thesaurus van zijn verzameling en dan specifiek het gedeelte over vissen. De thesaurus werd uiteindelijk uitgegeven in delen over tientallen jaren tussen 1734 en 1765 en is zelfs 10 jaar terug heruitgegeven door Taschen vanwege de prachtige 18e eeuwse illustraties.

Vissen

Linnaeus zal er later allicht spijt van hebben gehad dat hij zijn vriend introduceerde bij Seba, want niet zo heel lang hierna had Artedi een etentje bij Seba, waarbij kennelijk grote hoeveelheden drank werden genuttigd. In het nog niet verlichte Amsterdam probeerde Artedi ‘s nachts de weg terug te vinden, maar viel hij prompt in de gracht, waar zijn lichaam de volgende dag werd gevonden. Een toepasselijker einde dan te sterven in het water is er uiteraard niet voor de vader van de vis-kunde.