Tag Archives: domme beesten

Schapen? De lemmingen van Turkije

Lemmingen zijn kleine knaagdieren die rond de poolcirkel op de tundra leven. Net zoals andere knaagdieren planten ze zich net zo lang voort totdat een groot deel door roofdieren of voedseltekort omkomt, waarna het hele verhaal opnieuw begint. In de Middeleeuwen zag men om de paar jaar enorme hoeveelheden lemmingen voorbijkomen, waarvan niemand wist waar ze vandaan kwamen. Nou ja niemand behalve de aardrijkskundige Zeigler van Straatsburg dan. Die beschreef rond 1530 hoe de lemmingen tijdens herfststormen spontaan uit de lucht vielen, waarna ze in de lente doodgingen als het nieuwe gras opkwam.

Dat lemmingen spontaan in een storm ontstaan, klinkt ons tegenwoordig ietwat vreemd in de oren en de Deense arts Ole Worm deelde die gedachte. Hij was dan ook degene die in de 17e eeuw  er achter kwam dat lemmingen gewoon knaagdieren waren en geen bovennatuurlijke beesten. Ole was sowieso nogal van het doorprikken van mythes en legenden. Hij bewees namelijk dat de eenhoorn niet bestond en dat de hoorns die zogenaamd bij de eenhoorn hoorden in werkelijkheid van een kleine walvis, de narwal, afkomstig waren. De mythe dat de hoorns van eenhoorns tegen vergiftiging beschermden, hield hij echter juist in stand. Hij ging er namelijk vanuit dat de hoorns van de narwal diezelfde eigenschap zouden hebben. Om dat te bewijzen vergiftigde hij enkele huisdieren, om ze met de vermalen narwal hoorn weer beter te maken. Waarschijnlijk gebruikte hij een nogal slap gif, want geen van z’n huisdieren overleed, wat Ole overtuigde van de beschermende eigenschappen van Narwalhoorn.

Alhoewel we tegenwoordig weten dat de lemming niet zomaar uit de lucht komt vallen, bestaat er nog wel het geloof dat lemmingen om de zoveel tijd met z’n allen van een klif afspringen, een wisse dood tegemoet. Dit geloof berust echter ook op een fabeltje en wel een fabeltje dat de wereld in is geholpen door Walt Disney. Voor hun Oscarwinnende documentaire White Wilderness maakte de filmcrew namelijk een ronddraaiend platform bij een rivier waar ze de lemmingen in duwden. Die vielen vervolgens in de rivier, waar ze verdronken  nadat ze waren gefilmd tijdens hun val.

Lemmingen hebben dus een onterechte reputatie dat ze slaafs achter elkaar aan hun dood tegemoet gaan. Volgens de New York Daily News zijn schapen de echte lemmingen. In dit artikel valt namelijk te lezen hoe in 2010 de Turkse schaapsherder Mejmet Gana zijn kudde van 51 schapen verloor, nadat ze een voor een van een klif sprongen. Overigens is het mogelijk dat dit slechts voor Turkse schapen geldt, want de enige andere gelegenheid dat een kudde schapen massaal van een klif afsprong speelde zich ook af in Turkije. In 2005 besloot een schaap namelijk van een klif te springen, waarna de rest van de 1500 schapen in de kudde zijn of haar voorbeeld volgde. Omdat de afgrond slechts 15 meter diep was overleefden in dit geval rond de 1000 schapen de val omdat de eerste 500 een mooi gespreid bedje hadden gevormd.

schlemming
Een lapjes schlemming

Misschien dat Walt Disney de volgende keer een mooie documentaire over Turkse schapen kan maken?

Waarom Pandas dood moeten…

Sinds de oprichting in 1961 van het Wereld Natuur Fonds is de pandabeer het symbool van deze club. Zelden was een keus zo ondoordacht. Het WNF zet zich namelijk in voor diersoorten die rechtstreeks bedreigd worden door menselijk handelen, of door verkleining van hun leefgebied.

De panda wordt echter bedreigd doordat hij zelf een verkeerde evolutionaire afslag heeft genomen. Panda’s maken namelijk deel uit van de familie van beren en hebben net als andere beren een darmstelsel dat gericht is op het verteren van vlees, vruchten en zaden. Helaas voor de panda heeft hij echter besloten om alleen maar taai bamboe te eten. Doordat ze dit slecht kunnen verteren moet een panda de hele dag door eten om voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen. Hierdoor moet een panda gemiddeld 38 keer op een dag poepen en voelt ie zich constant alsof ie diarree heeft.

Zo das nummer één, nog 37 te gaan vandaag...
Zo da’s nummer één, nog 37 te gaan vandaag…

Logischerwijs heeft de panda niet erg veel zin om zich voort te planten en weigert ie dat te doen bij de minste geringste verstoring van z’n bamboebos. De panda is dan ook de voornaamste kandidaat in het dierenrijk voor een enkeltje uitsterving, want ook zonder de mens was ie al hard op weg.

Waarom moet de panda dan sneller dood? Omdat het z’n eigen schuld is dat ie aan het uitsterven is en omdat ie de aandacht afleidt van alle planten en dieren die het wel verdienen om beschermd te worden.  De schaamluis bijvoorbeeld is ook bijna uitgestorven door toedoen van de mens, maar daar hoor je dan weer niemand over…

Rare vogels: evolutionaire uilskuikens

Net als hun voorouders, de dinosauriërs, zijn vogels in één ding heel goed: uitsterven. Sinds 1500 zijn er al bijna 200 vogelsoorten uitgestorven. In dit tempo zijn er over 10.000 jaar geen vogels meer. De dino’s deden het weliswaar sneller, maar die hadden hulp van een meteoriet en dat is valsspelen.

Nou moet er natuurlijk toegegeven worden, dat de mens een redelijk actieve rol in dit gebeuren heeft gespeeld. Als de mens ergens goed in is, is het dieren uitroeien. Is de schuld nou helemaal op ons te schuiven? Niet precies. Vogels hebben zelf wel geholpen door zichzelf doodlopende evolutionaire paden in te evolueren.

Om te zien hoe groot een dodo nou was, een cavia ter referentie
Om te zien hoe groot een dodo nou was, een cavia ter referentie. (George Edwards 1760)

Er zijn verschillende soorten vogels die gevoeliger zijn voor uitsterven. Het helpt niet als je op een eiland woont, en al helemaal niet als je niet kan vliegen. Een van de bekendste voorbeelden hiervan is natuurlijk de dodo. De dodo leefde op Mauritius, een eiland ten oosten van Madagascar. Nederlandse zeelieden ontdekten het in 1598 en binnen 100 jaar was het beest uitgestorven.

De dodo hoefde niet eens lekker te smaken om door de zeelui gevangen te worden: een van de eerste namen die de vogel kreeg was walgvogel. Het is natuurlijk ook mogelijk dat de latere kolonisten en bezoekers van Mauritius gewoon betere koks waren. De dodo was niet alleen makkelijk te vangen, door het evolueren op een eiland zonder zoogdieren, was hij niet heel handig in het bewaken van z’n eieren tegen de door de westerlingen meegenomen ratten, katten en varkens. Dat de bossen van Mauritius grotendeels gekapt werden, hielp de soort ook niet echt mee.

Een soortgelijk verhaal met een iets vrolijker einde is te vertellen over de kakapo. Deze vogel is een van de grootste papegaaien, maar is net als de dodo door het wonen op een eiland, in dit geval de Nieuw-Zeelandse eilanden, zonder zoogdieren wat lui geworden. Vliegen doet de vogel niet meer, nesten worden gewoon op de grond gebouwd en 1 ei leggen per broedseizoen is genoeg. Allemaal prima zo lang hun belangrijkste vijand de Haasts arend was, een van de grootste roofvogels ooit. Deze arend was echter al uitgestorven sinds 1400 toen de Maori de moa uitroeide. (Ja, de vogelsoorten sneuvelen in bosjes als ze de mens tegenkomen).

De mao waren behoorlijk uit de kluiten gewassen struisvogelachtige vogels, geschikt voor een goede maaltijd voor de Haasts arend. Kakapo’s echter, waren niet veel meer dan een midnight snack, dus zonder de moa’s was het snel gedaan met de arend. De Kakapo ging echter door alsof de arenden nog dagelijks hun nesten leegplukten en hield de belangrijkste eigenschappen om zich tegen de arend te beschermen: ‘s nachts rondlopen, en overdag lekker stil zitten op je nest. Laat dit nou net niet handig zijn tegen hermelijnen.

Ergens in het gras zit een kakapo verstopt.
Ergens in het gras zit een kakapo verstopt. (copyright John Megahan)

Hermelijnen? Ja, die hadden de slimme westerlingen uitgezet om het konijnenoverschot aan te pakken. Konijnen? Er waren toch geen zoogdieren in Nieuw-Zeeland? Nee, niet tot de mens het konijn in het wild uitzette in de 19e eeuw. Ja, de mens is heel goed in de natuur beheren, we hebben er al eeuwen ervaring mee. Hermelijnen jagen niet per se met hun zicht, maar gebruiken vooral hun reukzin. Toch jammer voor de kakapo dat ze stinken.

Om er toch een goed einde aan te breien: op het vaste land van Nieuw-Zeeland is de kakapo  weliswaar uitgestorven, op een aantal kleine eilanden is het gelukt alle zoogdieren te verwijderen en kan de kakapo weer vrolijk in z’n eigen luie tempo aan de voortplanting werken. Dat gaat zo welvarend dat de soort van het dieptepunt van zo’n 50 vogels hersteld is tot meer dan 120.

Moraal van dit verhaal? Zorg dat je pas bijna uitgestorven bent als de mens inmiddels gelooft dat dieren kunnen uitsterven* en er dan ook iets aan doet. Of evolueer je wat minder in een onhandige niche.

* Pas eind 18e eeuw begonnen wetenschappers te geloven dat het mogelijk was dat dieren uitstierven. Voor die tijd geloofde men dat God een vast aantal diersoorten had geschapen: als een diersoort niet meer gesignaleerd werd in het wild, hield die zich vast ergens verstopt op een nog niet ontdekte plek.