Catalaans als wereldtaal?

Tegenwoordig wordt er in een deel van Spanje en in kleine gebieden van Frankrijk en Italië Catalaans gesproken. Na een periode van onderdrukking onder Franco geldt het nu als officiële taal in Catalonië en als minderheidstaal in de gebieden in Sardinië en Frankrijk waar het gesproken wordt. In totaal zijn er naar schatting zo’n 11 miljoen mensen die het (al dan niet als 2e taal) spreken. Voor een taal is dat niet bepaald een groot aantal sprekers. Ter vergelijking: er zijn zo’n 23 miljoen sprekers van het Nederlands en zelfs 50 miljoen als je Afrikaans meetelt.

In de middeleeuwen zag het er echter een tijdje naar uit dat Catalaans weleens erg groot zou kunnen worden. Voordat Spanje namelijk een land werd waren er een aantal staten op het Iberisch schiereiland met elk een eigen taal. Het prinsdom Catalonië was een van deze staten en werd samen met het koninkrijk Aragon geregeerd door een vorst, die een klein mediterraan zeerijk opbouwde bestaand uit de oostkust van het huidige Spanje, de zuidkust van het huidige Frankrijk en de zuidelijke helft van Italië  In een groot deel van dit gebied was Catalaans de voertaal.

Maximale  verspreiding van het gebied waar Catalaans werd gesproken... (copyright Albrecht)
Maximale verspreiding van het gebied waar Catalaans werd gesproken… (copyright Albrecht)

Na een van de vele oorlogen die er rond die tijd gevoerd werden was er een overschot aan (huur)soldaten die uit verveling lukraak een potje gingen plunderen. Niemand zat daar op te wachten en als oplossing werd de Catalaanse compagnie opgericht waar werkloze soldaten zich bij aan konden sluiten om ergens ver weg een potje gericht te gaan plunderen. Het eerste doelwit voor deze strooptocht was Athene, wat prompt veroverd werd door de Catalanen in 1311. Meteen werd als officiële taal het Catalaans ingevoerd wat ruim 80 jaar de officiële taal van Athene bleef.

Op het toppunt werd Catalaans dus van de ene kant van de Middellandse zee tot aan de andere kant gesproken. Helaas vond dit alles een paar honderd jaar te vroeg plaats en werd het alsnog overvleugeld door het Spaans anders dan had heel Zuid Amerika nu wellicht Catalaans gesproken in plaats van Spaans.

Filet Americain

Iedereen kent wel het oranje goedje dat bestaat uit een hoop conserveermiddel, kleurstoffen, bouillon en rauw rund- (of paarden)vlees. Weinigen weten echter waar de naam voor deze lekkernij vandaan komt. Lekker geldt trouwens over het algemeen alleen als je alle kunstmatige toevoegingen weglaat en het eet op de dag dat het geproduceerd wordt, maar dat terzijde.

(copyright Marion Golsteijn)
(copyright Marion Golsteijn)

Op internet zijn verschillende verhalen te vinden over de oorsprong waaronder eentje over een of andere Belgische voetballer die Martino heet en waar het iets mee te maken zou hebben. Als het Filet Martino had geheten dan was dat wellicht een optie geweest, maar nu lijkt het me vrij stug. Ook de Amerikanen hebben echter niets te maken met dit beleg. Die zijn panisch voor rauw vlees en kunnen het dus ook niet hebben verzonnen. De Filet Americain heeft dan ook niets te maken met Amerika, maar met het American hotel op het Leidseplein in Amsterdam. Het restaurant van het hotel heet bar americain en het is hier dat op 10 juli 1895 voor het eerst de kenmerkende combinatie van tartaar (gehakt rauw rundvlees) en kruiden met bouillon werd geserveerd aan notabene Mata Hari!

Net als de Waldorf salade en de Singapore Sling is het dus genoemd naar de plaats waar het is uitgevonden.

Joannes van der Straaten en de VOC

Nederland laat zich tegenwoordig graag voorstaan op haar eerlijke manier van zakendoen. Op elk lijstje van de meest corrupte landen bungelt Nederland steevast onderaan in het gezelschap van onkreukbare landen als Zweden en Zwitserland. Goed gezelschap, maar niet heel spannend.

Dat is wel eens anders geweest. In de 17e en 18e eeuw was Nederland een van de belangrijkste handelsnaties, met als boegbeeld de VOC. Als er ergens in de Oost geld te verdienen viel dan was de VOC er als de kippen bij. Wat het verschil echter met tegenwoordig is, is dat de handelaren niet alleen in dienst van de VOC opereerden, maar zich daarnaast met allerlei handeltjes voor zichzelf bezig hielden. Officieel was dit verboden, maar streng gecontroleerd werd er niet.

Een mooi voorbeeld is de opiumhandel in Bengalen. De VOC had hier een officiële handelspost van waaruit opium voor China werd verhandeld. Een zeer lucratieve handel en dus een zeer gewilde positie voor werknemers van de VOC. Wie hier gestationeerd werd was verzekerd van een riant pensioen na terugkomst in Nederland.

Gedogen? Geldverdienen bedoel je! (copyright Tropenmuseum)

Omdat de clandestiene handel vaak meer dan het dubbele bedroeg van de officiele cijfers begon men zich in Nederland zorgen te maken dat het uit de hand liep en dat de VOC te grote bedragen misliep. Om hier iets aan te doen werden inspecteurs gestuurd die de handel moesten controleren, maar dit hielp nauwelijks omdat ook de inspecteurs al snel leerden met de clandestiene handel mee te doen.

Een van de inspecteurs was bijvoorbeeld Joannes van Straaten, die een officieel salaris genoot van 100 gulden per maand, maar in 7 jaar tijd 175.000 gulden naar huis stuurde in Nederland. In die tijd is het hem overigens vreemd genoeg niet gelukt om ook maar een smokkelaar voor het gerecht te slepen.

Toen de handel nog welig bloeide had de VOC hier wel van te lijden, maar werden er toch flinke winsten gemaakt. Toen echter aan het eind van de 18e eeuw het economisch tij keerde bleek de corruptie de nagel aan haar doodskist te zijn. De bijnaam van de VOC werd dan ook Vergaan Onder Corruptie

Als wij het tegenwoordig hebben over corrupte Grieken, Italianen en Cyprioten is het goed in gedachten te houden waar de vermaarde VOC mentaliteit eigenlijk voor stond.

Principes met een P

Zoals iedereen die wel eens op een kantoor gewerkt heeft weet, zijn er bepaalde wetmatigheden waar je je niet aan kan onttrekken. Een van die wetmatigheden is het zogeheten Peter principle. Dit principe, dat werd geformuleerd door Lawrence Peter, zegt dat iedereen net zolang promoveert in een organisatie totdat hij op een plek terecht komt waarvoor hij incompetent is. Je hoeft maar een blik te werpen op je baas en je ziet: het is empirisch bewezen. Tegelijkertijd geeft het natuurlijk goede hoop dat je zelf eens aan het hoofd van je afdeling, of wie weet het hele bedrijf zal staan. Mocht je al de grote leider zijn van het bedrijf, dan weet je meteen waarom de cijfers dit jaar toch zo tegenvallen…

Naast het Peter principe bestaat er ook nog de wet van Parkinson. Deze heeft betrekking op  de neiging van bureaucratische organisaties om steeds groter te worden en luidt: werk neemt net zo lang toe tot het alle beschikbare tijd vult ofwel mensen vinden altijd wel een reden om te doen alsof ze aan het werk zijn.

Het mooiste voorbeeld van Parkinsons wet is het ministerie van koloniale zaken van het Britse keizerrijk. Dit werd sinds de oprichting almaar groter en groter. Op een gegeven moment begonnen er echter koloniën onafhankelijk te worden en zou dit proces dus moeten stoppen. Geheel in lijn met Parkinsons wet was het ministerie echter op z’n grootst op het moment dat het afgeschaft werd wegens een gebrek aan koloniën.

 

Nutteloos maar noodzakelijk!